Alles voor de professionele glastuinbouw Persoonlijk advies van specialisten Meer dan 30.000 producten
Winkelmandje
0
progress indicator
Bezig met toevoegen...
Dé webshop voor de professionele teler
Shop Kennisbank Gewasbescherming & desinfectie Welke plagen zijn er?  Duponchelia

Hoe kun je Duponchelia bestrijden?

Duponchelia
Geschreven door Jan Krouwer | Laatste update: 08-09-2020

De rupsen van de vlinder Duponchelia fovealis richten sinds de jaren 90 grote schade aan in de Nederlandse glastuinbouw. Met name de siergewassen zoals cyclaam, gerbera, roos en begonia vallen ten prooi aan Duponchelia, maar ook in de paprikateelt kan het een plaag vormen. Geen enkel deel van de plant is beschermd tegen deze rups. De stengel bij de voet van de plant en de wortelhalzen, maar ook aan de bladeren, bloemen en vruchten worden aangevreten door de rupsen. Deze aantastingen maken ook weer baan vrij voor schimmels zoals Botyritis. Signalering van de rupsen is lastig omdat deze zich voornamelijk aan de bodem van de plantvoet bevinden. Dit maakt tevens bestrijding met insecticiden lastiger vanwege de slechtere bereikbaarheid van het middel. Door de inzet van bodem roofinsecten kan de rups alsnog worden bestreden.


Duponchelia signaleren

Signalering van Duponchelia fovealis kan lastig zijn omdat de plaag zich veelal op plantdelen dicht bij de grond bevindt. De rupsen leven bijvoorbeeld in de rozen- en paprikateelt voornamelijk in de strooisel laag. Bevinden de rupsen zich wel hoger in de plant, dan is dit in de meer beschutte delen.

De mot heeft grijsbruine/zwarte voorvleugels met daarop een witte kronkelende lijn, lichtbruine achtervleugels en kop en borst zijn grijsbruin. Opvallend aan de Duponchelia mot is dat het achterlijf gebogen als een angel omhoog staat. Een vrouwtje legt haar eitjes in kleine groepjes op de onderkant van bladeren of in strooisel van dood organisch materiaal onder de plant. In haar volwassen leven kan het vrouwtje 200-300 eitjes leggen. Tijdens de ontwikkeling van het eistadium verkleurt het eitje van wit naar roze/rood.

Na zo’n acht dagen komen de rupsen uit de eitjes. Ze worden zo’n 30mm lang, hebben een glanzende zwarte kop en een lichtbruin-achtig lijf met daarop veel donkere stipjes. De uitgekomen rupsen voeden zich met plantmateriaal en laten hierbij veel uitwerpselen achter (vooral negatief in de sierteelt). Na zo’n vier weken begint de rups, veelal op laaghangende bladeren, een cocon te spinnen om in te verpoppen. Dit is veelal op laaghangende bladeren vanwege de voorkeur voor een hoger vochtgehalte tijdens de verpopping. Kenmerkend voor Duponchelia is dat de cocon vaak ook strooisel/ander organisch materiaal bevat. Hierdoor is de pop erg lastig zichtbaar in het gewas.

Na een ruime week komt de pop uit. De mot kan erg snel weer nieuwe eitjes afzetten en leeft in dit stadium nog zo’n 10 dagen. Er wordt geschat dat Duponchelia jaarlijks zo’n 8 á 9 generaties kan doorgaan in de Nederlandse kassen.
 
Om Duponchelia vroegtijdig te signaleren, kun je gebruik maken van deltavallen met feromonen


Schadebeeld van Duponchelia rups

De schade van de rupsen is zichtbaar veelal in de lager gelegen delen van de plant bij de stam en op de bladeren. De rupsen kunnen de hoofdstengel binnendringen en zich zo door de plant bewegen. Deze aantastingen kunnen uiteindelijk leiden tot plantsterfte. Hiernaast is de schade vooral dichterbij de grond gunstig voor het binnendringen van bodemschimmels zoals Botyritis. Voornamelijk tijdens warmere periodes kan Duponchelia snel een plaagorganisme worden in de glastuinbouw.


Duponchelia bestrijden

Met de sterk teruglopende beschikbaarheid aan bestrijdingsmiddelen kan bestrijding van Duponchelia nog wel eens lastig zijn. Hierom wordt ook geadviseerd om in eerste instantie te investeren in voorkomen van het binnenlaten van de mot. Dit kun je doen door insectengaas aan te brengen in de luchtramen.

Heb je toch Duponchelia in de kas gekregen, dan zijn er een aantal producten beschikbaar (biologisch en chemisch) om deze mee te bestrijden. Momenteel worden als natuurlijke vijanden aangeraden: de sluipwesp Trichogramma archaeae, het parasitaire aaltje Steinernema carpocapsae en de bodemroofmijt Macrocheles robustulus. Hiernaast zijn de biologische gewasbeschermingsmiddelen CoStarTurex en Dipel (allen op basis van Bacillus thuringiensis) effectief tegen rupsen. Belangrijk bij het spuiten is dat het middel ook de onderste delen van de plant bereikt, tevens de onderkant van de bladeren. Bij jongere planten wil dit vaak lukken, maar bij oudere (grotere/hogere) planten wordt het gebruik van een spuitstok geadviseerd.

Voor een overzicht van alle toegelaten producten voor jouw teelt kun je gebruik maken van de Spuitadvieswijzer. Tevens raden wij aan om de grond, waar de rupsen zich veelal bevinden, extra goed te stomen bij de teeltwisseling.

Benodigdheden



Meer informatie over het bestrijden van Duponchelia

Heb je vragen over het bestrijden van Duponchelia, of wil je graag een advies op maat? Neem dan contact op met een van onze gewasbeschermingsspecialisten, of stel je vraag via onderstaand formulier. We nemen dan zo snel mogelijk contact met je op – op werkdagen zelfs binnen 24 uur. 





Jan KrouwerOver Jan Krouwer

Jan Krouwer, specialist gewasbescherming bij Royal Brinkman, heeft al ruim 40 jaar ervaring in de sector. Hij is hét aanspreekpunt op het gebied van groeiregulatie en knaagdierbestrijding. Het leukste aan zijn werk vindt hij de beweging binnen de branche. “Dat ik al zo lang in dezelfde sector werk heeft alles te maken met de continue innovatie. Geen jaar is hetzelfde en dat geeft regelmatig nieuwe uitdagingen!”





Bron foto: Wikimedia Commons
Do not delete this link