Geschiedenis van gewasbescherming: Van wondermiddel naar systeemdenken
Bankerplanten zijn een slimme, duurzame manier om plagen voor te blijven. Ze zorgen voor een continue aanwezigheid van natuurlijke vijanden in je gewas, waardoor je sneller en effectiever kunt ingrijpen bij een plaagdruk. Zo bouw je aan een weerbaar, toekomstgericht teeltsysteem met minder chemie en lagere kosten. Maar succesvol werken met bankerplanten vraagt om kennis en een andere manier van kijken. (Spoiler: de lelijkste zijn vaak de beste)
De belofte van chemie
In de twintigste eeuw voltrok zich een revolutie. Na de ontdekking van het insecticide DDT in 1939 leek het alsof de natuur eindelijk beheersbaar was. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden synthetische middelen in de landbouw massaal ingezet: breedwerkend, direct effectief en eenvoudig in gebruik. Ook in de glastuinbouw voelde het als een bevrijding. Schimmels, insecten en onkruiden: alles leek met een spuitbeurt onder controle te krijgen. Het waren de jaren waarin de productie van groenten en fruit, maar ook bloemen en planten explodeerde en Nederland zijn exportpositie verder uitbouwde.
De keerzijde
Diezelfde globalisering en internationale handel die de tuinbouw deed groeien, bracht ook nieuwe problemen. Ziekten en plagen reisden mee over de grens, en met monoculturen in grootschalige kassen kregen ze vrij spel. Het antwoord was vaak nóg meer chemie. Maar al snel doken de eerste barsten op: resistenties maakten middelen minder effectief, sommige stoffen bleken schadelijk voor mens en milieu en het vertrouwen in de breedwerkende ‘allesdoders’ brokkelde af. Een kantelpunt kwam in 1962, toen Rachel Carson’s Silent Spring verscheen. Het boek liet zien hoe pesticiden ecosystemen ontwrichtten en zette een wereldwijde beweging in gang. In Nederland volgde nog datzelfde jaar de eerste Pesticidenwet en de oprichting van het Bureau Bestrijdingsmiddelen, de voorloper van het Ctgb. Vanaf dat moment was duidelijk: gewasbescherming is niet alleen een kwestie van effectiviteit, maar ook van veiligheid en legitimiteit.
Van allround naar selectief
Het denken over middelen veranderde ingrijpend. Waar vroeger allround chemie alles doodde, plaag én bondgenoot, groeide in de jaren ’80 en ’90 het besef dat middelen juist integreerbaar moesten zijn. Het was de tijd dat natuurlijke vijanden hun intrede deden in de kas. Roofmijten, sluipwespen en hommels lieten zien dat de natuur bondgenoten kon leveren. Maar biologie vroeg wel iets nieuws: middelen mochten de ‘goeden’ niet doden. Daarmee werd selectiviteit de norm. Die omslag maakte ook de timing en omstandigheden belangrijker. Niet langer volstond een standaard spuitschema.
Telers en adviseurs moesten precies weten wát er speelde in het gewas, op welk moment en onder welke omstandigheden. Monitoring en kennis werden net zo belangrijk als de middelen zelf.
Telers en adviseurs moesten precies weten wát er speelde in het gewas, op welk moment en onder welke omstandigheden. Monitoring en kennis werden net zo belangrijk als de middelen zelf.
Vanaf de tachtiger jaren worden sluipwespen ingezet. Chemische middelen moesten integreerbaar zijn en selectiviteit werd de norm.
De nieuwe realiteit
Vandaag staan we opnieuw op een kantelpunt. Waar de twintigste eeuw een overvloed aan chemische middelen kende, droogt die toevoer nu op. Door de Europese cut-off criteria vallen vertrouwde stoffen weg en de Kaderrichtlijn Water stelt grenzen die niet te negeren zijn. Voor telers betekent dat echte gaten in de strategie. Wat deze tijd anders maakt dan de jaren ’60, is dat de maatschappij veel dichter op de teelt is komen te staan. Kassen grenzen aan woonwijken, omwonenden stellen vragen over drift en blootstelling en supermarkten eisen transparantie. Gewasbescherming is daarmee niet alleen een technische keuze, maar ook een maatschappelijke afweging: kan het, mag het en wordt het geaccepteerd? Tegelijkertijd opent schaarste opnieuw de deur naar vernieuwing. Biologische middelen met lichter milieuprofiel, natuurlijke vijanden en biostimulanten nemen een grotere rol in, maar vragen meer precisie en timing. Digitale scouting geeft eerder zicht in de staat van het gewas en resistente rassen vormen een nieuwe basislaag.
Van middelen naar systemen
De rode draad door de geschiedenis is dat telkens als een pijler wankelt, de sector innoveert. Waar zwavel en koper plaatsmaakten voor synthetische allesdoders en chemie zich moest schikken naast biologie, zien we nu een nieuwe stap: naar systemen waarin biologie, bodemkunde, genetica en technologie elkaar aanvullen. Het wondermiddel van nu heeft geen chemische molecuulnaam meer. Het heet systeemdenken en het moet technisch kloppen én maatschappelijk uitlegbaar zijn.
Contactformulier
Staat je antwoord er niet bij? Vul het contactformulier in en Thomas Kern neemt contact met je op. Op werkdagen zelfs binnen 24 uur.
Ook interessant voor jou
Categorieën:
De geschiedenis van gewasbescherming: Van (wonder)middel naar systeemdenken
Gewassen beschermen tegen ziekten en plagen is zo oud als de landentuinbouw zelf. Duizenden jaren geleden strooiden de Soemeriërs al zwavel om insecten te verjagen. De behoefte om de oogst te redden is eeuwenoud. Die zoektocht naar effectieve methoden onder glas leverde de laatste 90 jaar enorm veel nieuwe middelen, technieken, maar ook nieuwe inzichten. De contouren van een nieuwe fase zijn duidelijk zichtbaar.
Zoek in de Kennisbank
Vind antwoord op je vraag in onze kennisbank. 600+ artikelen, geschreven door onze specialisten.
Categorieën:
Deel dit artikel
De belofte van chemie
In de twintigste eeuw voltrok zich een revolutie. Na de ontdekking van het insecticide DDT in 1939 leek het alsof de natuur eindelijk beheersbaar was. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog werden synthetische middelen in de landbouw massaal ingezet: breedwerkend, direct effectief en eenvoudig in gebruik. Ook in de glastuinbouw voelde het als een bevrijding. Schimmels, insecten en onkruiden: alles leek met een spuitbeurt onder controle te krijgen. Het waren de jaren waarin de productie van groenten en fruit, maar ook bloemen en planten explodeerde en Nederland zijn exportpositie verder uitbouwde.
De keerzijde
Diezelfde globalisering en internationale handel die de tuinbouw deed groeien, bracht ook nieuwe problemen. Ziekten en plagen reisden mee over de grens, en met monoculturen in grootschalige kassen kregen ze vrij spel. Het antwoord was vaak nóg meer chemie. Maar al snel doken de eerste barsten op: resistenties maakten middelen minder effectief, sommige stoffen bleken schadelijk voor mens en milieu en het vertrouwen in de breedwerkende ‘allesdoders’ brokkelde af. Een kantelpunt kwam in 1962, toen Rachel Carson’s Silent Spring verscheen. Het boek liet zien hoe pesticiden ecosystemen ontwrichtten en zette een wereldwijde beweging in gang. In Nederland volgde nog datzelfde jaar de eerste Pesticidenwet en de oprichting van het Bureau Bestrijdingsmiddelen, de voorloper van het Ctgb. Vanaf dat moment was duidelijk: gewasbescherming is niet alleen een kwestie van effectiviteit, maar ook van veiligheid en legitimiteit.
Van allround naar selectief
Het denken over middelen veranderde ingrijpend. Waar vroeger allround chemie alles doodde, plaag én bondgenoot, groeide in de jaren ’80 en ’90 het besef dat middelen juist integreerbaar moesten zijn. Het was de tijd dat natuurlijke vijanden hun intrede deden in de kas. Roofmijten, sluipwespen en hommels lieten zien dat de natuur bondgenoten kon leveren. Maar biologie vroeg wel iets nieuws: middelen mochten de ‘goeden’ niet doden. Daarmee werd selectiviteit de norm. Die omslag maakte ook de timing en omstandigheden belangrijker. Niet langer volstond een standaard spuitschema.
Telers en adviseurs moesten precies weten wát er speelde in het gewas, op welk moment en onder welke omstandigheden. Monitoring en kennis werden net zo belangrijk als de middelen zelf.
Telers en adviseurs moesten precies weten wát er speelde in het gewas, op welk moment en onder welke omstandigheden. Monitoring en kennis werden net zo belangrijk als de middelen zelf.
Vanaf de tachtiger jaren worden sluipwespen ingezet. Chemische middelen moesten integreerbaar zijn en selectiviteit werd de norm.
De nieuwe realiteit
Vandaag staan we opnieuw op een kantelpunt. Waar de twintigste eeuw een overvloed aan chemische middelen kende, droogt die toevoer nu op. Door de Europese cut-off criteria vallen vertrouwde stoffen weg en de Kaderrichtlijn Water stelt grenzen die niet te negeren zijn. Voor telers betekent dat echte gaten in de strategie. Wat deze tijd anders maakt dan de jaren ’60, is dat de maatschappij veel dichter op de teelt is komen te staan. Kassen grenzen aan woonwijken, omwonenden stellen vragen over drift en blootstelling en supermarkten eisen transparantie. Gewasbescherming is daarmee niet alleen een technische keuze, maar ook een maatschappelijke afweging: kan het, mag het en wordt het geaccepteerd? Tegelijkertijd opent schaarste opnieuw de deur naar vernieuwing. Biologische middelen met lichter milieuprofiel, natuurlijke vijanden en biostimulanten nemen een grotere rol in, maar vragen meer precisie en timing. Digitale scouting geeft eerder zicht in de staat van het gewas en resistente rassen vormen een nieuwe basislaag.
Van middelen naar systemen
De rode draad door de geschiedenis is dat telkens als een pijler wankelt, de sector innoveert. Waar zwavel en koper plaatsmaakten voor synthetische allesdoders en chemie zich moest schikken naast biologie, zien we nu een nieuwe stap: naar systemen waarin biologie, bodemkunde, genetica en technologie elkaar aanvullen. Het wondermiddel van nu heeft geen chemische molecuulnaam meer. Het heet systeemdenken en het moet technisch kloppen én maatschappelijk uitlegbaar zijn.
Contactformulier
Staat je antwoord er niet bij? Vul het contactformulier in en Thomas Kern neemt contact met je op. Op werkdagen zelfs binnen 24 uur.
Ook interessant voor jou
Whitepaper 'Natuurlijke vijanden'
In dit whitepaper ontdek je hoe je natuurlijke vijanden het beste kunt inzetten en waar je op moet letten als je chemisch corrigeert of gebruikmaakt van geïntegreerde gewasbescherming.
In dit whitepaper ontdek je hoe je natuurlijke vijanden het beste kunt inzetten en waar je op moet letten als je chemisch corrigeert of gebruikmaakt van geïntegreerde gewasbescherming.
"Waarom vernieuwing soms begint met vertraging"
Je hebt al flinke stappen gezet met nieuwe technologieën, zoals digitale scoutprogramma’s. Toch blijven de resultaten soms achter bij wat je voor ogen had. Hoe kunnen we samen zorgen dat die investeringen nóg meer opleveren?
Je hebt al flinke stappen gezet met nieuwe technologieën, zoals digitale scoutprogramma’s. Toch blijven de resultaten soms achter bij wat je voor ogen had. Hoe kunnen we samen zorgen dat die investeringen nóg meer opleveren?
Waarom worden sommige natuurlijke vijanden verpakt met vermiculiet?
Bij natuurlijke vijanden heb je te maken met levend materiaal. Bij het verpakken van sommige natuurlijke vijanden - waaronder roofmijten, roofwantsen en galmuggen wordt gebruik gemaakt van vermiculiet.
Bij natuurlijke vijanden heb je te maken met levend materiaal. Bij het verpakken van sommige natuurlijke vijanden - waaronder roofmijten, roofwantsen en galmuggen wordt gebruik gemaakt van vermiculiet.
Categorieën:


Africa
Arabic ( العربية)
Asia
Australia
Canada
Can-Hub
Česko
Chile
China ( 中国 )
Deutsch
Español
Français
Hortispares
International
Italy
Japan
Magyar
Mexico
Polski
Portugal
Russian
Scandinavia
Türkçe
United Kingdom
United States
Ireland