Alles voor de professionele glastuinbouw Persoonlijk advies van specialisten Meer dan 30.000 producten
Winkelmandje
0
progress indicator
Bezig met toevoegen...
Dé webshop voor de professionele teler
Shop   Kennisbank    Gewasverzorging   Algemeen  Wat is de rhizosfeer?

Wat is de rhizosfeer?

Rhizosfeer

Geschreven door Maarten Casteleijn | Laatste update: 04-05-2021


Plantweerbaarheid is belangrijk voor een gezonde plantengroei. Ook kan er door meer aandacht aan de weerstand van de plant te schenken, worden gematigd met het gebruik van chemische middelen. Er zijn veel verschillende middelen en manieren beschikbaar om aan de plantweerbaarheid te werken. Onderdeel hiervan is een route gericht op de rhizosfeer van de plant.


Wat is de rhizosfeer?

Het woord ‘rhizo’ betekent ‘wortel’ in het Grieks. Vandaar ook het logische woord rhizosfeer, wat verwijst naar de wortels van de plant. De wortelomgeving wordt niet alleen aangeduid als rhizosfeer, maar wordt ook wel eens wortelmilieu genoemd. 
In de wortelomgeving zijn verschillende micro-organismen aanwezig, die bij elkaar het bodemleven vormen. Een gezond bodemleven betekent een gevarieerd bodemleven, waarin verschillende micro-organismen, schimmels en bacteriën aanwezig zijn. Het bodemleven op orde hebben, heeft voor vele teelten een positieve werking. Maar wat doet een gezond bodemleven dan precies voor de plant?



Welke ‘sferen’ zijn er nog meer? 

Er leiden in plantweerbaarheid meerdere wegen naar Rome. Zo kun je middelen inzetten die gericht zijn op de rhizosfeer, maar er zijn ook producten beschikbaar die juist gericht zijn op het blad van de plant. De bladomgeving van de plant wordt de fyllosfeer genoemd en heeft op zijn/haar eigen manier een positieve werking op het gewas. Benieuwd hoe de fyllosfeer bijdraagt aan de plantweerbaarheid?


Wat heeft de rhizosfeer voor invloed op het gewas? 

Een gezonde wortelomgeving met een variëteit aan micro-organismen ondersteunt de plant in zijn gezondheid. De aanwezige micro-organismen, waaronder nuttige bacteriën en schimmels) gaan de strijd aan met ziekteverwekkende schimmels en bacteriën. 
Daarnaast heeft het bodemleven een positieve invloed op het vrijmaken van voedingsstoffen in de bodem. In ruil daarvoor staat de plant suiker af, wat als voedingsbron voor het bodemleven dient.  



Welke organismen bevinden zich in de rhizosfeer?

In de rhizosfeer van een plant komen verschillende micro-organismen terug. Niet alleen schimmels, maar ook bacteriën en nematoden zijn aanwezig in de rhizosfeer. 

Niet in alle teelten of substraten komen dezelfde micro-organismen voor. Welke micro-organismen in welke mate aanwezig zijn, is afhankelijk van de teelt, maar ook van het substraat. Zo komen er in steenwolmatten weinig tot geen micro-organismen terug. In de volle grond, een mengsel met perliet, of in een kokosmat krijgt het bodemleven meer ruimte en mogelijkheden om zich tot een gezonde variëteit te ontwikkelen. 

Hoe natuurlijker het substraat is en hoe meer organische stof het bevat, hoe hoger de activiteit van het bodemleven. Hoe actiever de micro-organismen in het bodemleven zijn, hoe beter de bodemweerbaarheid.
Echter, binnen elk type substraat zijn chemische, fysische en biologische factoren, die het bodemleven positief of negatief beïnvloeden. De factoren die een belangrijke rol spelen in het substraat zijn: 

  • Organische stofgehalte
    Het organische stofgehalte in de bodem is afkomstig van planten en micro-organismen. Het wordt geleverd door de plantenwortels en bladeren. Het organische stofgehalte draagt bij aan de voeding, maar is ook het ‘huis’ van het bodemleven. Dit ‘huis’ bestaat dan ook uit alles wat een koolstofbron heeft. Hoe hoger het gehalte aan organische stof is, hoe beter de waterhuishouding in de bodem. Dit betekent een betere buffering van voedingsnutriënten. Bij een laag gehalte aan organische stof, is het advies om het langzaam te verhogen. Dit kan door het gebruik van houtvezel, waarbij wel rekening dient te worden gehouden met het feit dat dit stikstof in de bodem kan vastleggen. Als je hier geen rekening mee houdt, kan er een tekort ontstaan aan stikstof.

  • pH-waarde
    De pH-waarde van het substraat is belangrijk voor de aanwezigheid van micro-organismen in de rhizosfeer. De twee uitersten van de pH-waarde zijn zuur (pH lager dan 7 en dus een hoge zuurgraad) of basisch (pH hoger dan 7 en dus een lage zuurgraad). Bij een neutrale of basische grond zien we de meeste bacteriën. Bij een zure grond, waarbij de pH-waarde onder de 5,5 ligt, overheersen de schimmels juist. Meer informatie over pH-waarde in de glastuinbouw?

  • Watergehalte
    Het watergehalte in het substraat speelt ook een grote rol. Over het algemeen houden bacteriën namelijk van een vochtige omgeving. Als de plant droog heeft gestaan, is daarom ook een verschuiving te zien naar ‘gram positieve’ bacteriën. Deze bacteriën vormen sporen, waardoor ze een droge periode kunnen overbruggen. Je kan dus aannemen dat ‘gram positieve bacteriën’ in de plant aanwezig zijn als noodoplossing, doordat de plant droogtestress heeft ervaren.

  • EC-waarde
    Een hoge EC-waarde heeft over het algemeen een negatieve invloed op het bodemleven. Ondanks dat bacteriën minder snel last hebben van een hoog EC, hebben ze wel een grens. Mycorrhiza schimmels daarentegen kunnen niet leven in een substraat met een hoge EC-waarde. 

  • Temperatuur
    De temperatuur in een substraat of in de grond is belangrijk. Het dient tenslotte als de leefomgeving van het bodemleven. De juiste temperatuur in de rhizosfeer zorgt voor een actief bodemleven, wat het gewas versterkt en een weerbare bodem als gevolg heeft. Zowel hoge als lage temperaturen verslechteren de activiteit van schimmels en bacteriën. Een temperatuur rond het vriespunt en een temperatuur boven de 40°C zal nagenoeg nooit een actief bodemleven betekenen. Bij 80°C en hoger, het punt van ontsmetting, gaan de levende organismen in de bodem zelfs dood.Maar wat is nu de juiste temperatuur om het bodemleven zoveel mogelijk te stimuleren? Volgens onze productspecialist plantweerbaarheid is dit bij een temperatuur tussen de 20°C en 40°C.Bij de aanwezigheid van schadelijke nematoden heeft de temperatuur van het substraat maar beperkt invloed, aangezien dit hardnekkige micro-organismen zijn. Wanneer de juiste temperatuur voor het overige bodemleven wordt aangehouden en als er vleesetende schimmels aanwezig zijn, kunnen nematoden het beste worden bestreden.

  • Zuurstof
    Alle micro-organismen hebben baat bij een hoog zuurstofgehalte. Maar hoe zorg je voor een zuurstofrijk substraat? Er zijn verschillende manieren om zuurstof in het substraat omhoog te brengen. Ten eerste krijg je gemakkelijker een zuurstofrijk substraat, bij een luchtige bodemstructuur. Hoe luchtiger de bodem, hoe zuurstofrijker de bodem is. Dit kun je creëren door bijvoorbeeld hout of perliet aan de bodem toe te voegen. Als een goede bodemstructuur al aan de orde is, kun  je werken met zuurstofrijk gietwater. Maak je gebruik van zuurstofarm gietwater, dan bestaat de kans dat hier zich nitriet in ophoopt. Dit kan leiden tot plantschade en plantenstress.

  • Chemie
    Het gebruik van chemie is soms onvermijdelijk is. Het is belangrijk om te weten dat dit niet bijdraagt aan de ontwikkeling van een divers bodemleven. Schimmels en bacteriën kunnen chemische middelen over het algemeen niet goed verdragen. De ‘gram positieve bacteriën’ kunnen chemie beter verdragen dan andere bacteriën en schimmels, door de ‘sporenvorming’ die zij achterlaten. Ondanks dat zij er beter tegen kunnen, wordt de aanwezigheid van deze bacteriën alsnog niet gestimuleerd bij het gebruik van chemische middelen. 

  • Watergehalte
    Het watergehalte in het substraat speelt ook een grote rol. Over het algemeen houden bacteriën namelijk van een vochtige omgeving. Als de plant droog heeft gestaan, is daarom ook een verschuiving te zien naar ‘gram positieve’ bacteriën. Deze bacteriën vormen sporen, waardoor ze een droge periode kunnen overbruggen. Je kan dus aannemen dat ‘gram positieve bacteriën’ in de plant aanwezig zijn als noodoplossing, doordat de plant droogtestress heeft ervaren.

  • EC-waarde
    Een hoge EC-waarde heeft over het algemeen een negatieve invloed op het bodemleven. Ondanks dat bacteriën minder snel last hebben van een hoog EC, hebben ze wel een grens. Mycorrhiza schimmels daarentegen kunnen niet leven in een substraat met een hoge EC-waarde. 

  • Temperatuur
    De temperatuur in een substraat of in de grond is belangrijk. Het dient tenslotte als de leefomgeving van het bodemleven. De juiste temperatuur in de rhizosfeer zorgt voor een actief bodemleven, wat het gewas versterkt en een weerbare bodem als gevolg heeft. Zowel hoge als lage temperaturen verslechteren de activiteit van schimmels en bacteriën. Een temperatuur rond het vriespunt en een temperatuur boven de 40°C zal nagenoeg nooit een actief bodemleven betekenen. Bij 80°C en hoger, het punt van ontsmetting, gaan de levende organismen in de bodem zelfs dood.Maar wat is nu de juiste temperatuur om het bodemleven zoveel mogelijk te stimuleren? Volgens onze productspecialist plantweerbaarheid is dit bij een temperatuur tussen de 20°C en 40°C.Bij de aanwezigheid van schadelijke nematoden heeft de temperatuur van het substraat maar beperkt invloed, aangezien dit hardnekkige micro-organismen zijn. Wanneer de juiste temperatuur voor het overige bodemleven wordt aangehouden en als er vleesetende schimmels aanwezig zijn, kunnen nematoden het beste worden bestreden. 

  • Zuurstof
    Alle micro-organismen hebben baat bij een hoog zuurstofgehalte. Maar hoe zorg je voor een zuurstofrijk substraat? Er zijn verschillende manieren om zuurstof in het substraat omhoog te brengen. Ten eerste krijg je gemakkelijker een zuurstofrijk substraat, bij een luchtige bodemstructuur. Hoe luchtiger de bodem, hoe zuurstofrijker de bodem is. Dit kun je creëren door bijvoorbeeld hout of perliet aan de bodem toe te voegen. Als een goede bodemstructuur al aan de orde is, kun  je werken met zuurstofrijk gietwater. Maak je gebruik van zuurstofarm gietwater, dan bestaat de kans dat hier zich nitriet in ophoopt. Dit kan leiden tot plantschade en plantenstress

  • Chemie
    Het gebruik van chemie is soms onvermijdelijk is. Het is belangrijk om te weten dat dit niet bijdraagt aan de ontwikkeling van een divers bodemleven. Schimmels en bacteriën kunnen chemische middelen over het algemeen niet goed verdragen. De ‘gram positieve bacteriën’ kunnen chemie beter verdragen dan andere bacteriën en schimmels, door de ‘sporenvorming’ die zij achterlaten. Ondanks dat zij er beter tegen kunnen, wordt de aanwezigheid van deze bacteriën alsnog niet gestimuleerd bij het gebruik van chemische middelen. 

Welke producten werken op de rhizosfeer? 

Er zijn verschillende producten die bijdragen aan de rhizosfeer van het gewas. Bij het gebruik van deze producten wordt het altijd aangeraden om zo vroeg mogelijk te starten. Zo wordt het jonge gewas vanaf het begin gestimuleerd in de plantweerbaarheid. 

Naast plantweerbaarheidsproducten, dragen ook organische meststoffen bij aan een goede bodemstructuur. Daarnaast is het mogelijk om de grond te ‘enten’ met bodemleven. Hiervoor zijn meerdere producten beschikbaar, zoals MooR, Compete Plus, Biota 500, Biota 900 en verschillende wormen



Kun je aantonen dat de producten echt werken?

Er zijn verschillende manieren om te onderzoeken of een product werkt of niet: 

Bodemleven monitor test
Tegenwoordig is het mogelijk en tevens betaalbaar om een bodemleven monitor test te doen bij Eurofins. Een dergelijke test geeft inzicht in de balans van de bodem, met betrekking tot de activiteit en balans tussen gram positieve en gram negatieve schimmels. Als de activiteit van het bodemleven hoger wordt na de toepassing van een plantweerbaarheidsproduct, kun je concluderen dat het product en bodemleven ‘aanslaat’ in de rhizosfeer. 

Droge stof meting
Door middel van een droge stof meting is aan te tonen dat er na het gebruik van een plantweerbaarheidsproduct meer voedingsstoffen in de plant te vinden zijn. Voor een duidelijker beeld en een beter sluitende conclusie, kan het gecombineerd worden met een bodemanalyse. 

Bodemanalyse
Met een bodemanalyse krijg je inzicht in de voorraadvoeding in de bodem. 
De bodem gebonden ziektedruk kan lager worden wanneer de structuur beter is en er een goede diversiteit aan bodemleven is. Denk hierbij aan aaltjes. Als de uitval van planten, als het gewas dood gaat of afgekeurd wordt bij de veiling, afneemt en het bodemleven aantoonbaar toeneemt, is een correlatie tussen die twee voor de hand liggend. 

Let op: niet elk product is geschikt voor elk gewas. Neem bij vragen contact op met de productspecialist.



Vragen over rhizosfeer?

Heb je vragen over rhizosfeer, of wil je graag een advies op maat? Neem dan contact op met een van onze meststoffenspecialisten, of stel je vraag via onderstaand formulier. We nemen dan zo snel mogelijk contact met je op - op werkdagen zelfs binnen 24 uur.




Maarten CasteleijnOver Maarten Casteleijn

Maarten Casteleijn is productspecialist plantweerbaarheid bij Royal Brinkman. Naast ervaring in de tuinbouw heeft hij ook ervaring in het lesgeven en het coördineren van onderzoeken in de medische sector. Door zijn werkervaringen te combineren kan hij met verschillende blikken naar een probleem kijken en out of the box denken. Zijn passie is, zoals hij zelf zegt en blijkt uit zijn werkervaring: kennis ontvangen en delen. “Ik heb een brede interesse gericht op innovatie en duurzaamheid. Samen met de teler wil ik door de plantweerbaarheid te verhogen een uiteindelijke nullozing bereiken.”


Do not delete this link